Springen!
Nu gaan we het personage laten springen!
We gaan ervoor zorgen dat ons personage springt op het moment dat we op de spatie drukken. Weet jij wat springen betekent in codetaal?
Springen betekent dat het personage naar omhoog beweegt. Naar omhoog bewegen betekent dan weer dat we Y moeten veranderen.
Doordat ons spel realistisch is, moeten we hoger springen dan dat de zwaartekracht ons naar beneden trekt. In onze code om te springen moet y dus met meer dan 4 worden veranderd.
Dit doet volgende code ongeveer voor ons. Wat moeten we nog aanpassen?
wanneer [spatiebalk v] is ingedrukt
herhaal (10)
verander y met (4)
Test deze code eens!
Wat merk je? Het personage beweegt niet zo vlot, niet zoals wij echte mensen bewegen. Ook dat gaan we aanpassen!
Hiervoor maken we een nieuwe variabele Springhoogte. Dit doen we net zoals we voor de zwaartekracht variabele hebben gedaan in stap 7.
We zorgen ervoor dat het personage vlot beweegt door het met steeds kleinere beetjes te laten bewegen. Wauw, dit is al heel moeilijk! Maak de code hieronder:
wanneer [spatiebalk v] is ingedrukt
als < raak ik kleur (#0000ff)?> dan
maak [Springhoogte v] (8)
herhaal tot <(Springhoogte) = (0)>
verander y met (Springhoogte)
verander [Springhoogte v] met (-0.5)
Deze code zal je personage met 8 pixels naar boven bewegen, dan met 7.5 pixels, dan met 7 en zo verder en zo verder tot wanneer het personage klaar is met springen.
Test opnieuw je code: wauw! Dit zou al veel vlotter moeten gaan!
Door de start hoogte van de variabele Springhoogte aan te passen, kan je kiezen hoe hoog je personage moet springen.
Op naar stap 9: we gaan nu obstakels toevoegen die we moeten ontwijken!